De test op prostaatkankergen 3: het besluit tot een actieve therapie versus actieve controle bij prostaatkankerpatiënten
In een recente bijeenkomst bespraken Schilling en diens collega’s vijf klinische toepassingen waarvoor de PCA3-test bruikbaar kan zijn. Hun conclusies zijn gebaseerd op wetenschappelijk bewijs en praktijksituaties uit hun klinische werk.
De vijfde klinische toepassing die door Schilling en collega’s wordt besproken, heeft betrekking op mannen waarbij prostaatkanker is geconstateerd en die moeten besluiten of een actieve therapie of een actieve controle op zijn plaats is.
Uit diverse onderzoeken blijkt dat de PCA3-score indicatief kan zijn voor de agressiviteit van de prostaatkanker en daarom mogelijk kan worden gebruikt voor de selectie van mannen met een klinisch onbeduidende ziekte waarvoor een actieve controle voldoende is.
Schilling en collega’s presenteren een geval van een 43-jarige man met een serum PSA-concentratie van 2,9 ng/mL. Van 6 monsters die tijdens een prostaatbiopsie waren afgenomen, was er één positief bevonden met een Gleason-score van 5. Er werd een radicale prostatectomie voorgesteld.
De PCA3-score was 5. Hieruit bleek een verlaagde kans op de aanwezigheid van een agressieve kanker. Desondanks koos de patiënt voor een radicale prostatectomie, de positieve resultaten van de biopsie hebben hem verontrust.
Hieruit blijkt dat het PCA3 resultaat, informatie kan leveren waarmee rekening moet worden gehouden bij de klinische behandeling van bekende prostaatkanker. Ook blijkt dat PCA3-testresultaten slechts een klein puzzelstukje zijn binnen het gehele plaatje. Uiteindelijk moeten therapiebeslissingen in overleg met de patiënt en met de behandelend arts worden genomen.
Bron:
The Prostate Cancer gene 3 assay: indications for use in clinical practice
Schilling D, de Reijke T, Tombal B, de la Taille A, Hennenlotter J, Stenzl A.
BJU Int 2010;105:452-5
Print dit artikel



Wed, May 5, 2010
Wetenschapplijke informatie over PCA3 en PSA